Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Paragraaf 1

Artikel 16

Geen re-integratieverlof

Onderdeel van Regeling tijdelijk verlaten van de inrichting· Strafrecht

Deze tekst geldt sinds 1 november 2025

1. Onverminderd het bepaalde in artikel 4 komt een gedetineerde niet in aanmerking voor re-integratieverlof indien: een van de in artikel 15, tweede lid, genoemde aspecten het verlenen van re-integratieverlof verhindert; hij is geplaatst in het basisprogramma; hij is gedegradeerd; hij niet mee wil werken aan een betalingsregeling naar aanleiding van: een bij veroordeling of strafbeschikking opgelegde verplichting tot betalen van een geldboete of een geldbedrag of een schadevergoedingsmaatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht, heeft opgelegd; een verplichting tot betaling van een geldbedrag ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht; de verplichting tot betaling van een administratieve sanctie en de administratiekosten, inclusief eventuele verhogingen en kosten van verhaal, op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften; een levenslange gevangenisstraf aan hem is opgelegd; de tenuitvoerlegging van een tevens aan hem opgelegde maatregel van terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege nog moet aanvangen; hij is geplaatst in: een inrichting voor stelselmatige daders als bedoeld in artikel 10a van de wet; de extra beveiligde inrichting als bedoeld in artikel 6 van de Regeling selectie, plaatsing en overplaatsing van gedetineerden; een Terroristen Afdeling als bedoeld in artikel 20a van de Regeling selectie, plaatsing en overplaatsing van gedetineerden; een afdeling voor intensief toezicht als bedoeld in artikel 13 van de Regeling selectie, plaatsing en overplaatsing van gedetineerden. 2. Een verzoek van een gedetineerde om kortdurend re-integratieverlof voor het onderhouden van een sociaal netwerk of langdurend re-integratieverlof wordt afgewezen, indien het verlof ziet op de laatste vijf dagen voorafgaand aan de aanvang van een penitentiair programma of een voorwaardelijke invrijheidsstelling dan wel het einde van zijn detentie. Artikel III van Stcrt. 2025/340947 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Penitentiaire beginselenwet (aanvullende maatregelen tegen georganiseerde criminaliteit tijdens detentie) in werking treedt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel