Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Zwakke adoptie

Onderdeel van Adoptie en verkrijging Nederlanderschap· Migratierecht

Deze tekst geldt sinds 15 maart 1999

Ook een verdragsadoptie waarbij de familierechtelijke betrekkingen met de ouders niet verbroken zijn (een zgn ’zwakke’ adoptie) moet door alle verdragsstaten worden erkend en het kind zal als kind van de adoptant(en) aangemerkt moeten worden. Door de ’zwakke’ adoptie verkrijgt het kind niet het Nederlanderschap. De ’zwakke’ adoptie kan echter in Nederland (de Nederlandse Antillen of Aruba) bij rechterlijke uitspraak worden omgezet in een adoptie naar Nederlands recht (of wel een ’sterke adoptie’). Uit het nieuwe derde lid van artikel 5 van de RWN blijkt, dat door die omzetting het Nederlanderschap wordt verkregen indien voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: de adoptie is in overeenstemming met het verdrag inzake de bescherming van kinderen en de samenwerking op het gebied van interlandelijke adoptie tot stand gekomen; en de adoptief-vader of adoptief-moeder is Nederlander op de dag nadat twee maanden sinds de uitspraak houdende de omzetting in eerste aanleg of in hoger beroep zijn verstreken zonder dat daartegen hoger beroep of cassatie is ingesteld, dan wel, indien beroep in cassatie is ingesteld, op de dag van de uitspraak in cassatie; en het kind was op de dag van de uitspraak houdende omzetting in eerste aanleg minderjarig. In de hierboven bedoelde gevallen verkrijgt het kind het Nederlanderschap op het tijdstip bedoeld onder 2, dus: óf op de dag nadat twee maanden zijn verstreken sinds de uitspraak houdende de omzetting in eerste aanleg of hoger beroep, óf op de dag van de uitspraak in cassatie. Ook verdragsadopties, waarbij niet Nederland en een verdragsstaat van herkomst, maar wel twee andere verdragsstaten betrokken zijn geweest, zullen in Nederland worden erkend. Ook dergelijke adopties kunnen, op de wijze als hiervoor vermeld, verkrijging van het Nederlanderschap tot gevolg hebben.

Rechtspraak bij dit artikel