De erflater kan bij uiterste wilsbeschikking bepalen dat de in artikel 49, eerste lid, bedoelde afschriften, uittreksels en grossen van zijn uiterste wil niet mogen worden uitgegeven noch inzage in zijn uiterste wil mag worden verleend, voor zijn lijk is begraven of verbrand, met dien verstande dat zodanig uitstel niet meer mag bedragen dan vijf dagen na het overlijden van de erflater.
De artikelen 68a tot en met 75 en 79 tot en met 81 van de
Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek zijn van overeenkomstige
toepassing op onderhavige wijzigingen. Tekstplaatsing met aanpassing van de in de regeling genoemde nummering.
De gegevens van inwerkingtreding zijn ontleend aan de bron van de tekstplaatsing.
Titel V
Artikel 49a
Artikel 49a
Onderdeel van Wet op het notarisambt· Ondernemingspraktijk
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2003