Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk II

Artikel 6ab

Artikel 6ab

Onderdeel van Remigratiewet· Migratierecht

Deze tekst geldt sinds 1 oktober 2017

1. De Sociale verzekeringsbank weigert de remigratievoorzieningen geheel of gedeeltelijk, tijdelijk of blijvend, indien de remigrant, zijn partner, hun kinderen of hun wettelijke vertegenwoordiger een verplichting als bedoeld in artikel 5a of 8g, tweede lid, niet of niet behoorlijk is nagekomen, dan wel de verplichting, bedoeld in artikel 5a, niet binnen de door de Sociale verzekeringsbank daarvoor vastgestelde termijn is nagekomen. 2. Een maatregel als bedoeld in het eerste lid wordt afgestemd op de ernst van de gedraging en de mate waarin de belanghebbende de gedraging verweten kan worden. Van het opleggen van een maatregel wordt in ieder geval afgezien, indien iedere vorm van verwijtbaarheid ontbreekt. 3. De Sociale verzekeringsbank kan afzien van het opleggen van een maatregel als bedoeld in het eerste lid en volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing ter zake het niet nakomen van een verplichting als bedoeld in artikel 5a of 8g, tweede lid, indien het niet tijdig nakomen van de verplichting niet heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van de remigratievoorzieningen, tenzij het niet tijdig nakomen van de verplichting plaatsvindt binnen een periode van twee jaar te rekenen vanaf de datum waarop eerder aan de belanghebbende een waarschuwing is gegeven. 4. De Sociale verzekeringsbank kan afzien van het opleggen van een maatregel indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn. 5. Het opleggen van een maatregel blijft achterwege indien voor dezelfde gedraging een bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 6b, wordt opgelegd. 6. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gegeven met betrekking tot het eerste en tweede lid. Voorheen art. 6aa.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel