Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor artikel I en V voor verschillende beleidsterreinen verschillend kan worden vastgesteld.
Treedt in werking met ingang van 1 juli 1999, met uitzondering
van artikel I voorzover het betreft de beleidsterreinen die
worden bestreken door: a. de Wet klachtrecht cliënten
zorgsector, b. de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische
ziekenhuizen, c. de Wet op de jeugdhulpverlening, d. de Wet op
het primair onderwijs, e. de Wet op het voortgezet onderwijs,
f. de Wet op de expertisecentra, g. de Wet educatie en
beroepsonderwijs, h. de Wet op het hoger onderwijs en
wetenschappelijk onderzoek, voorzover het betreft
onderwijsinstellingen, i. de Politiewet 1993, j. de
Penitentiaire beginselenwet, k. de Beginselenwet verpleging ter
beschikking gestelden, l. het bij koninklijke boodschap van 27
april 1998 ingediende voorstel van wet tot vaststelling van een
Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen (26016) en m. de
Reclasseringsregeling 1995.
Artikel VI
Artikel VI
Onderdeel van Wet aanvulling Algemene wet bestuursrecht met een regeling over de behandeling van klachten door bestuursorganen· Staats- en bestuursrecht
Deze tekst geldt sinds 1 juli 1999