Naar hoofdinhoud

Artikel IV

Diversiteitsbeleid (onderdeel 5.1 van de overeenkomst)

Onderdeel van Arbeidsvoorwaarden en andere personeelsaangelegenheden in de sector Rijk 1999-2000· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 28 juni 1999

Vastgelegd is dat het personeelsbestand van de rijksoverheid naar leeftijd, sekse en etniciteit een afspiegeling moet zijn van de samenleving. De departementen zullen hieraan in samenspraak met de medezeggenschap door het voeren van een diversiteitsbeleid invulling geven. De departementen zullen het beleid ten aanzien van het bevorderen van instroom en doorstroom van minderheden in overeenstemming met de vereisten van de Wet stimulering arbeidsdeelname minderheden voortzetten en stimuleren. De departementen zullen het beleid ten aanzien van het behoud en doorstroom van vrouwen naar hogere gezichtsbepalende functies intensiveren. De departementen zullen in 2000 tenminste 150 additionele werkervaringsplaatsen creëren ten behoeve van langdurig werklozen en leerlingwerknemers. Voor de bekostiging kan door de departementen een beroep gedaan worden op middelen die beschikbaar komen via de Wet Inschakeling Werkzoekenden, de Europese structuurfondsen en het A+O fonds Rijk. De departementen zullen een extra inspanning verrichten om – mede met behulp van de middelen die beschikbaar zijn via de Wet reïntegratie arbeidsgehandicapten – het aandeel arbeidsgehandicapten substantieel te verhogen, op weg naar 5%. Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) draagt er jaarlijks zorg voor dat het SOR geïnformeerd wordt over de voortgang van het diversiteitsbeleid. De departementen zullen hiervoor de benodigde informatie aanleveren.

Rechtspraak bij dit artikel