**1.** Het recht op de bovenwettelijke uitkering herleeft op aanvraag van betrokkene indien hij na aanvaarding van arbeid wederom werkloos is geworden en recht heeft op een uitkering krachtens de WW.
**2.** De duur en de hoogte van de bovenwettelijke uitkering zijn gelijk aan de duur en hoogte van de bovenwettelijk uitkering waarop betrokkene nog recht gehad zou hebben indien hij onafgebroken werkloos zou zijn geweest.
**3.** Betrokkene, die nadat hij aansluitend aan zijn ontslag een nieuwe betrekking heeft aanvaard, werkloos wordt en dientengevolge recht heeft op een uitkering krachtens de WW, heeft op aanvraag recht op een bovenwettelijke uitkering krachtens dit besluit.
**4.** De duur en hoogte van de bovenwettelijke uitkering zijn gelijk aan de duur en hoogte van de bovenwettelijke uitkering waarop betrokkene nog recht zou hebben indien hij vanaf het tijdstip waarop het ontslag is ingegaan onafgebroken werkloos zou zijn geweest.
Treedt volgens Stb. 2001/277 in werking als fase 2 van de Wet
overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen in werking
treedt. Besluit in werking getreden o.g.v. de formulering in de
Nota van Toelichting van Stb. 2001/277.
Hoofdstuk 3
Artikel 10
Aanspraken bij werkloosheid na werkhervatting
Onderdeel van Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Defensie· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2001