**1.** Onze Minister brengt op de rijksbijdrage voor een instelling voor een kalenderjaar een bedrag in mindering volgens de formule:
(Sbbl3 x DC1) + (Sbbl4 x DC2), waarin is:
Sbbl3: Sbbl, bedoeld in de artikelen 2.2.2, tweede lid, en 2.2.3, tweede lid, voor de entreeopleiding en de basisberoepsopleiding;
DC1: het cursusgeld per 1 januari van het desbetreffende kalenderjaar, bedoeld in artikel 15 van het Uitvoeringsbesluit Les- en cursusgeldwet 2000, voor de entreeopleiding en de basisberoepsopleiding;
Sbbl4: Sbbl, bedoeld in artikel 2.2.3, tweede lid, voor de vakopleiding, de middenkaderopleiding en de specialistenopleiding;
DC2: het cursusgeld per 1 januari van het desbetreffende kalenderjaar, bedoeld in artikel 15 van het Uitvoeringsbesluit Les- en cursusgeldwet 2000, voor de vakopleiding, de middenkaderopleiding en de specialistenopleiding.
**2.** Bij de berekening van het in het eerste lid bedoelde bedrag telt het aantal bbl-studenten Sbbl3 en Sbbl4 dat op 1 augustus van het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het bekostigingsjaar de leeftijd van 18 nog niet heeft bereikt, niet mee.
Is voor het eerst van toepassing op de rijksbijdrage voor het
kalenderjaar 2025.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 6
Artikel 2.6.1
Vermindering rijksbijdrage
Onderdeel van Uitvoeringsbesluit WEB· Onderwijsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 augustus 2024