Personen, belast met het op afstand bedienen van onbemande luchtvaartuigen van de krijgsmacht, voldoen aan de volgende eisen:
Theoretische bekwaamheid:
grondige kennis van de vakken, meteorologie, vliegtuigen, navigatie en luchtvaartvoorschriften;
grondige kennis van de inrichting en bediening van de mechanische, elektrische en elektronische installaties van het onbemande luchtvaartuig, alsmede de apparatuur ten behoeve van de bediening op afstand;
grondige kennis van de wijze waarop operaties door onbemande luchtvaartuigen worden uitgevoerd;
grondige kennis inzake het veilig opereren met onbemande luchtvaartuigen;
grondige kennis met betrekking tot het uitvoeren van noodprocedures.
Praktische bekwaamheid:
goede bedrevenheid in de allesomvattende behandeling onder alle omstandigheden van het onbemande luchtvaartuig waarmee wordt gevlogen en zijn uitrusting;
goede bedrevenheid in het bedienen van het onbemande luchtvaartuig waarmee wordt gevlogen met behulp van apparatuur ten behoeve van de bediening op afstand;
goede bedrevenheid in het uitvoeren van noodprocedures;
het gedurende vijf vlieguren bedienen van een eenmotorig vliegtuig tot 2000 kilogram onder leiding van een instructeur.
Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit van 1 december 1998, houdende enige voorzieningen met betrekking tot onbemande luchtvaartuigen (Stb. 1998, 674) in werking treedt.
Paragraaf 1
Artikel 1a
Artikel 1a
Onderdeel van Regeling eisen cockpitpersoneel en luchtverkeersdienstverleningspersoneel krijgsmacht· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 11 februari 2000