Naar hoofdinhoud

Artikel 1

Inleiding

Onderdeel van Voorlichting over de regeling toelagen schoolleiding basisscholen· Onderwijsrecht

Deze tekst geldt sinds 17 november 1999

In de CAO 1999 – 2000 is afgesproken dat de beloningspositie van directeuren en adjunct-directeuren van basisscholen zal worden verbeterd door aan deze directieleden een toelage toe te kennen. In eerste instantie gaat het daarbij om personen in de zogenoemde normfuncties directeur en adjunct-directeur. De directeur die in een normfunctie zit die uitzicht geeft op maximum salarisschaal 12 krijgt geen toelage. Daarmee krijgt niet iedereen met de feitelijke dagelijkse leiding van een basisschool recht krijgt op een toelage. Daarom is afgesproken dat twee niet-normfuncties onder bepaalde voorwaarden ook recht op een toelage geven. Het betreft de zogenoemde ’locatieleider’ en de directeur die een niet-normfunctie heeft, mits deze functionarissen de feitelijke dagelijkse leiding over de school hebben. In een toelage voor andere directiefunctionarissen in het primair onderwijs (scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs en de speciale school voor basisonderwijs) is niet voorzien. Vooruitlopend op de voorgenomen wijziging van het RPBO waarin de toelage zal worden geregeld, wordt u door middel van deze publicatie op de hoogte gesteld van de regeling zoals die in overleg met de centrales is overeengekomen. In deze publicatie spreken we voor de eenvoud over leerlingenaantallen. Daarmee wordt bedoeld de factor y, (het aantal leerlingen op 1 oktober van het voorafgaande schooljaar, verhoogd met 3%) zoals gedefinieerd in artikel I-Q201 onder e van het RPBO. In het laatste deel van deze publicatie vindt u een aantal voorbeelden waarin de toelagesystematiek wordt toegepast.

Rechtspraak bij dit artikel