Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Wijziging leerlingaantallen

Onderdeel van Voorlichting over de regeling toelagen schoolleiding basisscholen· Onderwijsrecht

Deze tekst geldt sinds 17 november 1999

Een directeur c.q. adjunct-directeur, die volgens de regels van het RPBO op grond van het leerlingaantal van deschool recht krijgt op een ander carrièrepatroon (artikel I-Q106), krijgt tegelijkertijd de bij dat nieuwe carrière-patroon behorende toelage. Tot het moment dat een wijziging van het leerlingaantal feitelijk consequenties heeft voor het carrièrepatroon behoudt betrokkene zijn oude carrièrepatroon en bijbehorende toelage. Voor het bepalen van de beschikbare toelage voor de directeur van een school 400 of meer, maar minder dan 900 leerlingen en de adjunct-directeur van een school met 200 of meer, maar minder dan 400 leerlingen, is zoveel mogelijk aangesloten bij de bestaande systematiek van artikel I-Q106 RPBO. De desbetreffende directeur en adjunct-directeur krijgen zodoende pas recht op de hogere toelage met ingang van het derde schooljaar waarin y ( het aantal leerlingen op1 oktober van het voorafgaande schooljaar, verhoogd met3%) gelijk is aan of groter is dan 400 respectievelijk200. Afgesproken is dat bij het ingaan van deze regeling voor het bepalen van y teruggekeken mag worden naar de twee schooljaren voorafgaand aan de wijziging van de regelgeving (zie kopje inwerkingtreding). Indien deze personeelsleden eenmaal recht hebben op de hogere toelage, behouden zij die zolang zij recht op dezelfde maximumschaal behouden en benoemd blijven in die functie aan dezelfde instelling.

Rechtspraak bij dit artikel