**1.** Voor diegenen die op 1 januari 1998 aanspraak hadden op een toeslag ingevolge artikel 21a van het Besluit bijzondere voorzieningen militair nabestaandenpensioen, zoals dat oorspronkelijk op die dag luidde en aanspraak hebben op een toeslag ingevolge dat artikel, zoals dat thans luidt, blijft eerstgenoemde toeslag van kracht, zolang deze hoger is dan de daarna genoemde toeslag.
**2.** Behoudens het eerste lid blijft artikel 21a, eerste lid, van het Besluit bijzondere voorzieningen militair nabestaandenpensioen zoals dat op 31 december 1998 luidde, tot 1 juli 1999 van toepassing, met uitzondering van de daarin bedoelde einddatum voor het recht op een toeslag op een partnerpensioen.
**3.** Voorzover het in het tweede lid bedoelde artikel op 30 juni 1999 werd toegepast, blijft dit van kracht voor degene die op die dag ingevolge dat artikel ter zake van overlijden recht op een toeslag had, zolang de toepassing daarvan leidt tot een hogere toeslag dan de toeslag bedoeld in dat artikel, zoals dat thans luidt.
**4.** Bij de toepassing van het derde lid wordt de daar bedoelde hogere toeslag berekend naar het laatstelijk voor 1 juli 1999 vastgestelde niveau.
Artikel I werkt terug tot en met 1 januari 1998. Artikel II en
artikel III, tweede en vierde lid, werken terug tot en met 1
juli 1999. Artikel III eerste lid werkt terug tot en met 1
januari 1998. Artikel III derde lid werkt terug tot en met 1
januari 1999.
Artikel III
Artikel III
Onderdeel van Wijzigingsbesluit Besluit bijzondere voorzieningen militair nabestaandenpensioen· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 12 januari 2000