Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk VI

Artikel 40

Artikel 40

Onderdeel van Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 1 februari 2026

1. Gerechtsdeurwaarders aan wie in een zaak waarin op grond van een toevoeging rechtsbijstand wordt verleend dan wel waarin een verklaring is afgegeven overeenkomstig artikel 7, derde lid, onder e van de wet waaruit blijkt dat voldaan wordt aan de bepalingen van hoofdstuk V, afdeling 1 van de wet, het uitbrengen van een exploot of het opmaken van een proces-verbaal is opgedragen, of die bijstand hebben verleend bij de tenuitvoerlegging van de in een zodanige zaak gegeven uitspraak, ontvangen van rijkswege 75% van het bedrag dat zij volgens het Besluit tarieven ambtshandelingen gerechtsdeurwaarders zouden hebben mogen berekenen, met dien verstande dat de verschotten voor rekening van de opdrachtgever blijven. 2. Gerechtsdeurwaarders die overeenkomstig het eerste lid aan een rechtsbijstandverlener bijstand hebben verleend, zenden met een afschrift van het exploot of de akte, vermeldende dat in de desbetreffende zaak rechtsbijstand is verleend, een aanvraag in voor vergoeding van de verrichte werkzaamheden bij een door Onze Minister aan te wijzen instantie. Deze instantie draagt zorg voor de uitbetaling van de vergoeding. Artikel III van Stb. 2025/415 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel