Naar hoofdinhoud

Paragraaf

Artikel 5

Artikel 5

Onderdeel van Verordening ringen· Ondernemingspraktijk

Deze tekst geldt sinds 1 oktober 2000

1. Ten behoeve van de verkiezing door de ring van het gewone lid van de ledenraad en zijn plaatsvervanger stelt het ringbestuur een of meer kandidaten. Kandidaten kunnen ook worden gesteld door ten minste tien procent van de leden van de ring of door twintig leden van de ring. 2. Het stellen van een kandidaat door de leden van de ring geschiedt schriftelijk bij de secretaris van het bestuur van de ring met inachtneming van een termijn van ten minste vier weken voor de dag van de ringvergadering waarin de voorziening in een vacature in de ledenraad aan de orde is. 3. Bij het stellen van kandidaten als bedoeld in lid 1 en bij het verkiezen van het gewone lid van de ledenraad moet rekening worden gehouden met de noodzaak van een representatieve afvaardiging als bedoeld in artikel 67 lid 1 van de wet. 4. Op de verkiezing van het gewone lid van de ledenraad en zijn plaatsvervanger is het bepaalde in artikel 4 van overeenkomstige toepassing. Het ringbestuur deelt de uitslag van de verkiezing binnen twee weken na de verkiezing schriftelijk mee aan het bestuur van de KNB. 5. Het lidmaatschap van het door de ringvergadering gekozen gewone lid van de ledenraad eindigt: na verloop van een termijn van drie jaar, tenzij het betreffende ledenraadslid terstond wordt herbenoemd voor een laatste termijn van drie jaar; bij verlies van het lidmaatschap van de KNB. bij verlies van het lidmaatschap van de ring waarvoor het betreffende ledenraadslid was verkozen; door ontslag, verleend door de ringvergadering die het lid heeft benoemd; bij in functie treding als notaris indien het lid van de ledenraad als kandidaat-notaris was gekozen; bij het aantreden als notaris en het aanvaarden van een werkkring als kandidaat-notaris indien het lid van de ledenraad als notaris was gekozen. 6. De ringvergadering die het gewone lid heeft benoemd kan het in zijn functie schorsen voor een tijd van ten hoogste drie maanden. 7. De leden 5 en 6 van dit artikel zijn van overeenkomstige toepassing op de plaatsvervanger van het gewone lid van de ledenraad.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel