De waardering van pensioenverplichtingen en andere soortgelijke verplichtingen vindt plaats met inachtneming van algemeen aanvaarde actuariële grondslagen, waarbij een rekenrente in aanmerking wordt genomen van ten minste 4%.
De inwerkingtredingsdatum van de artikelen 3.16, 3.120, 4.15 en
5.4 is gewijzigd door hoofdstuk 3, art. II van Invoeringswet IB.
Hoofdstuk 3 › Afdeling 3.2 › Paragraaf 3.2.2
Artikel 3.29
Waardering pensioenverplichtingen en soortgelijke verplichtingen
Onderdeel van Wet inkomstenbelasting 2001· Belastingrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2001