Indien tot het vermogen van de belastingplichtige behorende aandelen of winstbewijzen niet op grond van de overige artikelen van deze afdeling tot een aanmerkelijk belang behoren, wordt een aanmerkelijk belang aanwezig geacht indien artikel 3.65, 4.17, 4.17a, 4.17b, 4.17c, 4.40 of 4.41 is toegepast.
Hoofdstuk 4 › Afdeling 4.3
Artikel 4.11
Fictief aanmerkelijk belang
Onderdeel van Wet inkomstenbelasting 2001· Belastingrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2010