Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4 › Afdeling 4.5 › Paragraaf 4.5.2

Artikel 4.14c

Maximumbedrag bij het ontstaan van binnenlandse belastingplicht

Onderdeel van Wet inkomstenbelasting 2001· Belastingrecht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2024

1. Indien een belastingplichtige in Nederland gaat wonen en op dat tijdstip schulden heeft aan vennootschappen als bedoeld in artikel 4.13, eerste lid, onderdeel f, wordt het maximumbedrag, bedoeld in artikel 4.14a, tweede lid, gesteld op het bedrag van die schulden, doch ten minste op € 500.000. Artikel 4.14b is van overeenkomstige toepassing. 2. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld inzake de vaststelling van het maximumbedrag, bedoeld in artikel 4.14a, tweede lid, indien: de belastingplichtige voordien is opgehouden in Nederland te wonen; de belastingplichtige voordien ten aanzien van een aanmerkelijk belang buitenlandse belastingplichtige is geweest.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel