Indien zich met betrekking tot een schuldvordering een omstandigheid voordoet als bedoeld in artikel 3.98a, tweede lid, wordt de verkrijgingsprijs van de verkregen aandelen of winstbewijzen onderscheidenlijk de reeds in het bezit van de belastingplichtige zijnde aandelen in of winstbewijzen in de schuldenaar, verhoogd met het ingevolge artikel 3.98a, eerste lid, eerste volzin, tot het resultaat uit een werkzaamheid gerekende voordeel dan wel, indien een opwaarderingsreserve als bedoeld in artikel 3.98a, eerste lid, tweede volzin, is gevormd, met het sindsdien ingevolge artikel 3.98a, vierde, zevende of achtste lid, tot het resultaat uit een werkzaamheid gerekende voordeel.
Hoofdstuk 4 › Afdeling 4.6 › Paragraaf 4.6.2
Artikel 4.33a
Vaststelling verkrijgingsprijs bij omzetting afgewaardeerde vordering
Onderdeel van Wet inkomstenbelasting 2001· Belastingrecht
Deze tekst geldt sinds 9 december 2005