Voor de toepassing van dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen, met uitzondering van de artikelen 4.6 tot en met 4.8, wordt een recht om aandelen in of winstbewijzen van een vennootschap te verwerven (koopoptie) aangemerkt als een dergelijk aandeel respectievelijk een dergelijk winstbewijs.
De inwerkingtredingsdatum van de artikelen 3.16, 3.120, 4.15 en
5.4 is gewijzigd door hoofdstuk 3, art. II van Invoeringswet IB.
Hoofdstuk 4 › Afdeling 4.2
Artikel 4.4
Koopopties gelijkgesteld met onderliggende waarde
Onderdeel van Wet inkomstenbelasting 2001· Belastingrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2001