Tot de bezittingen behoren niet de rechten op roerende zaken die krachtens erfrecht bij de belastingplichtige zijn opgekomen voorzover deze zaken door de belastingplichtige of personen die behoren tot zijn huishouden voor persoonlijke doeleinden worden gebruikt of verbruikt, tenzij deze rechten hoofdzakelijk als belegging dienen.
De inwerkingtredingsdatum van de artikelen 3.16, 3.120, 4.15 en
5.4 is gewijzigd door hoofdstuk 3, art. II van Invoeringswet IB.
Hoofdstuk 5 › Afdeling 5.2
Artikel 5.9
Vrijstelling rechten op roerende zaken krachtens erfrecht
Onderdeel van Wet inkomstenbelasting 2001· Belastingrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2001