Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 4

Voldoening lesgeld

Onderdeel van Uitvoeringsbesluit Les- en cursusgeldwet 2000· Onderwijsrecht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2026

1. Het lesgeld wordt door de lesgeldplichtige aan het Ministerie van OCW voldaan. De lesgeldplichtige heeft de keuze tussen: betaling ineens binnen een maand na de datum van het betalingsverzoek, en betaling in termijnen door een opdracht tot automatische incasso aan Onze minister. 2. Indien de lesgeldplichtige heeft gekozen voor betaling in termijnen door een opdracht tot automatische incasso aan Onze minister en de laatste termijn nog niet is betaald op het moment dat een termijnregeling voor een daarop volgend studiejaar tot stand komt, kunnen beide termijnregelingen worden samengevoegd. 3. Indien de lesgeldplichtige een opdracht tot automatische incasso voor betaling in meer dan één termijn heeft verstrekt en de onderwijsdeelnemer voor 1 oktober van het studiejaar wordt ingeschreven, wordt van het totaal verschuldigde bedrag afgeschreven in de maand: oktober van het studiejaar: 11,11%; november van het studiejaar: 11,11%; december van het studiejaar: 11,11%; januari van het studiejaar: 11,11%; februari van het studiejaar: 11,11%; maart van het studiejaar: 11,11%; april van het studiejaar: 11,11%; mei van het studiejaar: 11,11%; en juni van het studiejaar: 11,11%. 4. Indien de lesgeldplichtige een opdracht tot automatische incasso voor betaling in termijnen heeft verstrekt en de onderwijsdeelnemer na 30 september van het studiejaar wordt ingeschreven, wordt het verschuldigde bedrag afgeschreven op bij ministeriële regeling te bepalen tijdstippen.

Rechtspraak bij dit artikel