Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Motivering huuraanzegging bij huurverhogingen boven 2,2%

Onderdeel van Motiveringsplicht bij huurverhoging van meer dan het inflatiepercentage· Wonen, onroerend goed, bouwrecht

Deze tekst geldt sinds 1 juli 2000

Tot 1 juli 2000 moet een aanzegging van een huurverhoging met meer dan 5,5% voldoen aan de vormvereisten van artikel 19 van de Huurprijzenwet woonruimte (Hpw). Dit betekent dat de verhuurder bij het aanzeggen van een huurverhoging gebruik moet maken van een voorgeschreven formulier. Met dit formulier is het meezenden van een puntenwaardering van de woning voorgeschreven (zie bijlage). Met het door de Eerste Kamer aanvaarde wetsvoorstel tot wijziging van de Huurprijzenwet woonruimte1 Wijziging van de Huurprijzenwet woonruimte en van de wet van 19 juni 1996 tot wijziging van de Huurprijzenwet woonruimte, de Wet op de huurcommissies en de Wet individuele huursubsidie in verband met de zogenaamde huursombenadering (Stb. 323) (wijziging percentages) (kamerstukken I, 1999-2000, 27 063, nr. 230). is dit percentage verlaagd naar 2,2 (inflatieniveau 1999). Op het tijdstip van publicatie in het Staatsblad van voornoemde wetswijziging zijn de meeste huurverhogingsvoorstellen (ingaande op of na 1 juli a.s.) reeds naar huurders verzonden. Het ligt daarom in de rede te veronderstellen dat veel huurverhogingsvoorstellen met een percentage boven 2,2 niet voldoen aan het vormvoorschrift met betrekking tot de puntenwaardering. Om dit te kunnen herstellen is in de wet een overgangsbepaling opgenomen. Deze overgangsbepaling houdt in dat een verhuurder die voor 1 juli 2000 een huurverhogingsvoorstel heeft gedaan met een voorgestelde ingangsdatum, gelegen in het tijdvak vanaf 1 juli 2000 tot en met 1 september 2000, de gelegenheid krijgt tot 12 weken na de voorgestelde datum van ingang van dat voorstel, de puntenwaardering alsnog aan de huurder toe te sturen. Vervolgens krijgt de huurder na die termijn gedurende zes weken de gelegenheid bezwaar te maken tegen het huurverhogingsvoorstel. De verhuurder heeft dan vervolgens weer zes weken de tijd om het eventuele geschil aan de huurcommissie voor te leggen. Indien evenwel de verhuurder de aanvullende termijn van 12 weken heeft laten verstrijken om het huurverhogingsvoorstel aan te vullen, dan brengt de huurcommissie, indien deze om een uitspraak wordt verzocht, de huurverhoging terug tot het inflatiepercentage.

Rechtspraak bij dit artikel