Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.4

Artikel 3.16d

Levenlanglerenkrediet: hoogte

Onderdeel van Wet studiefinanciering 2000· Onderwijsrecht

Deze tekst geldt sinds 1 september 2022

1. Het levenlanglerenkrediet bedraagt per maand niet meer dan een twaalfde deel van het feitelijk door de student voor een periode van twaalf maanden te betalen bedrag aan collegegeld of lesgeld voor het volgen van de desbetreffende opleiding en in totaal ten hoogste: vijf maal een twaalfde deel van het volledige wettelijk collegegeld, bedoeld in artikel 7.45, eerste lid, WHW, voor een opleiding in het hoger onderwijs; vijf maal een twaalfde deel van het lesgeld, bedoeld in artikel 5, tweede lid, van de Les- en cursusgeldwet, voor een opleiding in het beroepsonderwijs; of een in afwijking van de onderdelen a en b bij algemene maatregel van bestuur te bepalen lager maximum. 2. In afwijking van het eerste lid kan aan bij ministeriële regeling vast te stellen groepen studenten een hoger bedrag per maand worden toegekend, waarbij het totale levenlanglerenkrediet voor een periode van twaalf maanden niet meer bedraagt dan twaalf maal het bedrag, genoemd in het eerste lid, onderdeel a, b of c.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel