Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Berekening contante waarde

Onderdeel van Regeling vordering contante waarde periodieke verstrekkingen WAO en Wet WIA· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 29 december 2005

De contante waarde wordt berekend op basis van de formule: òf, indien de factor L gelijk is aan de factor r: A = 1,02 * (UV * (1-c) * m + (UL - UV) * (1 - cL) * mL) waarbij: A = de contante waarde; m = het aantal maanden waarover de uitkering maximaal zal kunnen worden verstrekt; mL = het aantal maanden waarover de loondervingsuitkering maximaal zal kunnen worden verstrekt; c = een correctie op de periode waarover de uitkering wordt verstrekt, op grond van de kans op overlijden en op grond van zogenoemde individuele omstandigheden; cL = een correctie op de periode waarover de loondervingsuitkering wordt verstrekt, op grond van de kans op overlijden en op grond van zogenoemde individuele omstandigheden; UV = het bedrag van de vervolguitkering per maand en de daarover aan de verzekerde toekomende vakantie-uitkering met dien verstand dat bij de bepaling van de contante waarde van de arbeidsongeschiktheidsuitkering, bedoeld in hoofdstuk 6 van de WAO, deze factor op 0 wordt gesteld; UL = het bedrag van de loondervingsuitkering per maand en de daarover aan de verzekerde toekomende vakantie-uitkering; L = het gemiddeld stijgingspercentage van het dagloon, bedoeld in artikel 14 van de WAO of artikel 13 van de Wet WIA, over een periode van een maand; r = het interestpercentage per maand.

Rechtspraak bij dit artikel