Van voor de student niet inbare alimentatie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel d, is sprake, indien de alimentatie oninbaar is gedurende ten minste 12 maanden voorafgaande aan de maand waarin de student voor het eerst studiefinanciering ontvangt. Als bewijs dient een verklaring van een ter zake deskundige te worden overlegd.
Hoofdstuk 3
Artikel 10
Niet inbare alimentatie
Onderdeel van Besluit studiefinanciering 2000· Onderwijsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 augustus 2020