Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk Ia

Artikel 1d

Beslissing tot promoveren en degraderen

Onderdeel van Regeling selectie, plaatsing en overplaatsing van gedetineerden· Strafrecht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2025

1. De directeur besluit over promotie en degradatie. 2. De directeur beoordeelt het gedrag van een gedetineerde op basis van bijlage 1 of, voor zover het een vreemdeling betreft die geen rechtmatig verblijf heeft in Nederland in de zin van artikel 8 van de Vreemdelingenwet 2000, op basis van bijlage 2 van deze regeling. De gedetineerde wordt geïnformeerd omtrent de bijlagen zoals deze voor hem gelden. 3. De gedetineerde komt in aanmerking voor promotie indien hij gedurende zes weken na aanvang van plaatsing in een gevangenis het in de categorie “re-integratie/resocialisatie” en het in de categorie “verblijf en leefbaarheid” van bijlage 1 dan wel bijlage 2 bij deze regeling beschreven gewenste gedrag heeft laten zien. 4. Indien de gedetineerde die is gepromoveerd, niet het in de categorie “re-integratie/resocialisatie” en de categorie “verblijf en leefbaarheid” van bijlage 1 dan wel bijlage 2 bij deze regeling beschreven gewenste gedrag laat zien, kan de directeur besluiten tot degradatie. 5. Er volgt altijd een besluit tot degradatie indien een gedetineerde ontoelaatbaar gedrag zoals beschreven in bijlage 1 en bijlage 2, laat zien. 6. De directeur bepaalt de periode gedurende welke de gedetineerde het in bijlage 1 dan wel bijlage 2 bij deze regeling omschreven gewenste gedrag laat zien om wederom in aanmerking voor promotie te komen. Deze periode is minimaal zes weken. Indien de directeur aanleiding ziet een langere periode in acht te nemen motiveert hij zijn besluit, waarbij hij in ieder geval betrekt de aard en de ernst van het gedrag dat aanleiding vormt voor degradatie, de mate waarin inbreuk is gemaakt op de orde en de veiligheid in de inrichting dan wel op de ongestoorde tenuitvoerlegging van de vrijheidsbeneming, de al dan niet opzettelijkheid van het gedrag, de duur van de eventueel opgelegde straf door de strafrechter indien hiervan sprake is en het gedrag dat de gedetineerde structureel in de detentiesituatie vertoont. 7. In afwijking van het derde lid is een tot vrijheidsstraf veroordeelde gedetineerde die niet is gedetineerd op het moment waarop de rechtelijke uitspraak onherroepelijk wordt en ten aanzien van wie geen aanhouding en plaatsing in een penitentiaire inrichting is bevolen, bij aanvang van zijn detentie gepromoveerd.

Rechtspraak bij dit artikel