Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2a

Artikel 2a.3

Hoogte en berekening van het levenlanglerenkrediet voor ho-studenten aan een onderwijseenheid

Onderdeel van Regeling studiefinanciering 2000· Onderwijsrecht

Deze tekst geldt sinds 25 november 2020

1. Voor een ho-student die is ingeschreven voor het volgen van een onderwijseenheid als bedoeld in artikel 2.12, onderdeel d, van de wet, wordt onder de voorwaarden, genoemd in dit artikel, afgeweken van de maximale hoogte van het levenlanglerenkrediet per maand, genoemd in artikel 3.16d, aanhef en onder a, van de wet. 2. Bij de berekening van de hoogte van het levenlanglerenkrediet dat een ho-student per maand toegekend krijgt, is het aantal studiepunten van de onderwijseenheid waarvoor de ho-student het levenlanglerenkrediet aanvraagt bepalend. 3. Het aantal studiepunten behorende bij de onderwijseenheid waarvoor de ho-student het levenlanglerenkrediet aanvraagt, wordt gedeeld door vijf. Het getal dat daaruit komt wordt naar boven afgerond op een geheel getal en vormt het aantal maanden waarover het levenlanglerenkrediet voor de desbetreffende onderwijseenheid wordt uitbetaald. 4. De hoogte van het bedrag dat per maand wordt uitbetaald aan een ho-student wordt berekend door het aangevraagde bedrag aan levenlanglerenkrediet voor een onderwijseenheid te delen door het aantal maanden als berekend in het derde lid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel