Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Hoofdlijnen van de subsidieverlening

Onderdeel van Tijdelijke woonzorgstimuleringsregeling· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht

Deze tekst geldt sinds 11 september 2000

De subsidie is geen exploitatiebijdrage maar is een eenmalige bijdrage om het proces op gang te krijgen of is een laatste schakel om de financiering van een vernieuwend project rond te krijgen. Voorwaarde is dat de samenwerkende partijen gezamenlijk zorgdragen voor de financiering van de overige kosten, uit eigen middelen en/of met steun uit andere bronnen. De aanvrager dient verantwoording af te leggen over de besteding. De aanvrager van subsidie vermeldt op het aanvraagformulier de samenwerkende partijen, de inhoud van het plan, de betrokken doelgroepen, de innovatieve elementen, de (extra) kosten en de vraag van de burger die aan het project ten grondslag ligt. Subsidie is mogelijk voor projecten op het samenhangend terrein van wonen, zorg en dienstverlening onderverdeeld naar vier categorieën: noodzakelijke kosten van voorbereiding van een project; noodzakelijke, rechtstreeks aan een project toe te rekenen kosten, voorzover die kosten hoger zijn dan normale kosten van investeringen in woningen of gebouwen en indien sprake is van investeringen in woningen of gebouwen; noodzakelijke kosten van een project dat geen investeringen in woningen of gebouwen betreft, met uitzondering van de kosten, bedoeld onder a; noodzakelijke kosten van kennisverzameling en kennisoverdracht inzake projecten. In de regeling zijn de subsidiepercentages per categorie aangegeven en het maximale subsidiebedrag per aanvraag. Op drie van de vier categorieën (a, b en c) is het eerdergenoemde tendersysteem van toepassing. In de tender is de indieningstermijn aangegeven en het beschikbare bedrag per categorie. Op grond van een aantal kwalitatieve criteria wordt de rangorde bepaald van de ingediende projecten, op basis waarvan de hoogst scorende projecten binnen de financiële mogelijkheden van het in de tender aangegeven budget een subsidie ontvangen. Het beschikbare budget voor de regeling is circa f 130 miljoen. Mijn streven is met betrekking tot de eerste tender gericht op het verstrekken van subsidie op basis van de regeling voor minimaal 50 projecten die in een voorbereidende fase verkeren en voor minimaal 60 projecten die een concrete investering beogen. Ik verwacht dat van deze projecten minimaal 20 betrekking hebben op de toepassing van moderne technologie in woonzorgcombinaties (domotica). Verder acht ik het van belang dat van deze projecten, naast projecten voor ouderen, minimaal 15 betrekking hebben op projecten voor mensen met een handicap en eveneens 15 projecten op overige in aanmerking komende groepen. Ik merk op dat de Huursubsidiewet (HSW) in veel gevallen van toepassing is op de te realiseren projecten binnen het kader van deze regeling. De bewoners van de zelfstandige woningen van deze projecten kunnen dan ook in aanmerking komen voor huursubsidie, afhankelijk van de hoogte van de huur, het inkomen en eventueel vermogen. Indien binnen het innovatieve project onzelfstandige woonruimten tot stand komen (bestemd voor begeleid wonen of groepswonen van bij voorbeeld ouderen), dan kunnen de bewoners van die woonruimten eveneens een beroep doen op de HSW. Wel dient dan aanwijzing van het woongebouw waarbinnen de woonruimten zijn gelegen plaats te vinden op grond van artikel 11, tweede lid, van de HSW. Voor de criteria om voor aanwijzing in aanmerking te komen verwijs ik naar de circulaire MG 98-13 d.d. 18 mei 1998 en de circulaire MG 2000-03 d.d. 18 februari 2000.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel