De raad geeft een verklaring slechts af indien de aanvrager, gezien zijn persoonlijke omstandigheden, in het verleden redelijkerwijs niet in de gelegenheid is geweest een hetzij krachtens artikel 4, achtste lid, eerste volzin, van de wet, hetzij krachtens artikel 5, derde lid, eerste volzin, van de Wet Assurantiebemiddeling 1952 aangewezen examendiploma te verwerven, en voorts van hem in redelijkheid niet kan worden verlangd dat hij zich alsnog onderwerpt aan het examen ter verkrijging van zulk een diploma aangewezen krachtens artikel 4, achtste lid, eerste volzin, van de wet.
§ 2
Artikel 3
Artikel 3
Onderdeel van Verordening Verklaringen Vakbekwaamheid Assurantiebemiddelingsbedrijf 2000· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 7 januari 2001