**1.** De directeur bepaalt de wijze van onderbrenging van de jeugdigen die overeenkomstig artikel 12 zijn geplaatst in de inrichting of afdeling met het beheer waarvan hij is belast.
**2.** De directeur wijst iedere jeugdige een kamer toe.
**3.** De directeur kan onderdelen van de inrichting of de afdeling aanwijzen voor de onderbrenging van jeugdigen die een bijzondere opvang of behandeling in de zin van artikel 8, derde lid, behoeven.
**4.** De directeur bepaalt de criteria waaraan de jeugdige moet voldoen om voor onderbrenging als bedoeld in het derde lid in aanmerking te komen.
**5.** Onze Minister stelt regels omtrent de eisen waaraan een kamer als bedoeld in het tweede lid moet voldoen.
Hoofdstuk IV › Paragraaf 1
Artikel 17
Artikel 17
Onderdeel van Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen· Strafrecht
Deze tekst geldt sinds 1 juli 2011