**1.** De directeur kan, indien dit ter bescherming van de geestelijke of lichamelijke toestand van de jeugdige noodzakelijk is, bepalen dat de jeugdige die in een afzonderingscel verblijft, dag en nacht door middel van een camera wordt geobserveerd.
**2.** Alvorens hij hiertoe beslist, wint hij het advies in van een gedragsdeskundige onderscheidenlijk de inrichtingsarts, tenzij dit advies niet kan worden afgewacht. In dat geval wint de directeur het advies zo spoedig mogelijk na zijn beslissing in.
Hoofdstuk VI › Paragraaf 2
Artikel 25a
Artikel 25a
Onderdeel van Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen· Strafrecht
Deze tekst geldt sinds 1 juli 2005