Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Afdeling 6 › Paragraaf 1

Artikel 3.125

Artikel 3.125

Onderdeel van Vreemdelingenbesluit 2000· Migratierecht

Deze tekst geldt sinds 29 maart 2014

1. Voor de toepassing van artikel 45b, tweede lid, onder c, van de Wet, zijn de artikelen 3.73, 3.74, eerste lid, aanhef en onder a, en 3.75 van overeenkomstige toepassing. 2. Behoudens overeenkomstige toepassing van artikel 3.87, kan de aanvraag slechts op grond van artikel 45b, tweede lid, onder d, van de Wet worden afgewezen, indien de totale duur van de straffen of maatregelen ten minste gelijk is aan de normen, bedoeld in artikel 3.86, tweede, derde dan wel vijfde lid. Artikel 3.86 is van overeenkomstige toepassing. 3. Bij de toepassing van het tweede lid houdt Onze Minister mede rekening met de ernst van de inbreuk of het soort van inbreuk dat door de vreemdeling op de openbare orde is gepleegd, respectievelijk met het gevaar dat van de vreemdeling uitgaat en het bestaan van banden met Nederland. Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Vreemdelingenwet 2000 (uitbreiding werkingssfeer tot personen die internationale bescherming genieten) in werking treedt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel