**1.** Bij de bekendmaking van de beschikking, waarbij wordt beslist op de aanvraag om verlening van de EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen, wordt de aanvrager meegedeeld welke rechten en plichten hij heeft krachtens de richtlijn langdurig ingezetenen.
**2.** Indien Onze Minister een EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen verleent aan een vreemdeling die houder is van een EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen, afgegeven door een andere lidstaat van de Europese Unie, doet hij daarvan mededeling aan de autoriteiten van die staat.
**3.** Onze Minister vormt het contactpunt dat door een andere lidstaat van de Europese Unie kan worden geraadpleegd, ter uitvoering van de richtlijn langdurig ingezetenen en de richtlijn 2009/50/EG, en is verantwoordelijk voor het door Nederland ontvangen en toezenden van de informatie, bedoeld in de artikelen 3.103a, 3.103aa, eerste lid, 3.123 en 3.129.
Hoofdstuk 3 › Afdeling 6 › Paragraaf 3
Artikel 3.130
Artikel 3.130
Onderdeel van Vreemdelingenbesluit 2000· Migratierecht
Deze tekst geldt sinds 1 maart 2016