De verblijfsvergunning, bedoeld in artikel 3.13, eerste lid, wordt verleend, indien de vreemdeling beschikt over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf die overeenkomt met het verblijfsdoel waarvoor de verblijfsvergunning is aangevraagd of behoort tot één van de in artikel 17 van de Wet of in artikel 3.71, tweede lid, bedoelde categorieën.
Treedt in werking als de Vreemdelingenwet 2000 in werking treedt.
Hoofdstuk 3 › Afdeling 2 › Paragraaf 1 › Subparagraaf 5
Artikel 3.18
Artikel 3.18
Onderdeel van Vreemdelingenbesluit 2000· Migratierecht
Deze tekst geldt sinds 1 april 2001