**1.** De ambtenaren belast met het toezicht op vreemdelingen, stellen in het reis- en identiteitspapier van een vreemdeling aantekeningen omtrent:
aanmelding of vervoeging bij de korpschef;
de woon- of verblijfplaats binnen Nederland en vertrek naar het buitenland;
het opleggen van een individuele verplichting tot periodieke aanmelding overeenkomstig artikel 54, derde lid, van de Wet;
het beperken van de vrijheid van beweging overeenkomstig artikel 56 van de Wet;
vertrek of uitzetting uit Nederland;
ongewenstverklaring;
de datum en plaats van inreis in Nederland, en
vervallen door vernummering;
vervallen door vernummering;
het inreisverbod.
**2.** Elke doorhaling of vervallenverklaring van een in het reis- of identiteitspapier van een vreemdeling gestelde aantekening wordt door de ambtenaar die de doorhaling of vervallenverklaring verricht, gedateerd en van diens paraaf voorzien.
**3.** In afwijking van het eerste lid kan een aantekening op een aan de vreemdeling te verstrekken afzonderlijk inlegblad worden gesteld, indien:
het reis- of identiteitspapier van de vreemdeling zich niet voor het stellen van een zodanige aantekening leent;
de vreemdeling houder is van een buitenlands vreemdelingen- of vluchtelingenpaspoort;
de vreemdeling geen geldig document voor grensoverschrijding heeft, of
de vreemdeling houder is van een document als bedoeld in artikel 4.21, eerste lid, onder a, b, c of d, en niet in het bezit is van een geldig document voor grensoverschrijding.
Hoofdstuk 4 › Afdeling 2
Artikel 4.29
Artikel 4.29
Onderdeel van Vreemdelingenbesluit 2000· Migratierecht
Deze tekst geldt sinds 1 maart 2016