De medewerking van de vreemdeling, bedoeld in artikel 54, eerste lid, onderdeel c, van de Wet, bestaat uit:
het op vordering van Onze Minister, een ambtenaar belast met de grensbewaking of een ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen, beschikbaar stellen van een goedgelijkende pasfoto, en
het zich laten fotograferen en het laten afnemen van vingerafdrukken.
Hoofdstuk 4 › Afdeling 3 › Paragraaf 3
Artikel 4.45
Artikel 4.45
Onderdeel van Vreemdelingenbesluit 2000· Migratierecht
Deze tekst geldt sinds 1 maart 2014