**1.** De maatregel waarbij de vreemdelingenbewaring op grond van artikel 59, 59a of 59b van de Wet wordt opgelegd wordt gedagtekend en ondertekend; de maatregel wordt met redenen omkleed. Aan de vreemdeling op wie de maatregel betrekking heeft, wordt onmiddellijk een afschrift daarvan uitgereikt. De vreemdeling wordt daarbij schriftelijk, in een taal die hij verstaat of waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen dat hij deze verstaat, op de hoogte gebracht van de redenen van vreemdelingenbewaring en van de rechtsmiddelen die tegen oplegging van de maatregel openstaan, alsook van de mogelijkheid om gratis rechtsbijstand en vertegenwoordiging aan te vragen.
**2.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing in geval van oplegging van de vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, derde of zesde lid, van de Wet en in situaties waarin de vreemdelingenbewaring van de vreemdeling op een andere wettelijke grondslag wordt voortgezet.
Voorheen art. 5.3.
Hoofdstuk 5 › Paragraaf 2
Artikel 5.10
Artikel 5.10
Onderdeel van Vreemdelingenbesluit 2000· Migratierecht
Deze tekst geldt sinds 12 juni 2026