Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5 › Paragraaf 2

Artikel 5.8

Artikel 5.8

Onderdeel van Vreemdelingenbesluit 2000· Migratierecht

Deze tekst geldt sinds 12 juni 2026

1. Voordat de vreemdeling op grond van artikel 59, 59a of 59b van de Wet in vreemdelingenbewaring wordt gesteld, wordt hij gehoord. 2. Het eerste lid is niet van toepassing indien het voorafgaande gehoor van de vreemdeling niet kan worden afgewacht. In dat geval wordt de vreemdeling zo spoedig mogelijk na de tenuitvoerlegging van de vreemdelingenbewaring gehoord. 3. Van het gehoor wordt proces-verbaal opgemaakt. 4. Aan de vreemdeling wordt tijdig mededeling gedaan van de hem toekomende bevoegdheid zich bij het gehoor te doen bijstaan door zijn raadsman. Voorheen art. 5.2.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel