**1.** De kosten van uitzetting van een vreemdeling welke ingevolge artikel 65, tweede lid, van de Wet op een vervoersonderneming kunnen worden verhaald, zijn verschuldigd aan het openbaar lichaam te welks laste die kosten zijn gekomen.
**2.** De in het voorgaande lid bedoelde kosten van uitzetting omvatten in ieder geval de kosten verbonden aan:
het vervoer van de uit te zetten vreemdeling per eerste gelegenheid, doch op de wijze die, gelet op de omstandigheden, de goedkoopste is, naar een plaats buiten Nederland;
de begeleiding van de vreemdeling naar een plaats van vertrek uit Nederland alsmede zijn begeleiding naar een plaats buiten Nederland, voorzover deze noodzakelijk is, en
het verblijf van de vreemdeling in Nederland in de periode nadat de vervoersonderneming van een ambtenaar belast met de grensbewaking de aanwijzing heeft gekregen de vreemdeling terug te vervoeren naar een plaats buiten Nederland.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet van 13 mei 2004
tot aanpassing van de Vreemdelingenwet 2000 aan richtlijn 2001/51/EG
van de Raad van de Europese Unie van 28 juni 2001 tot aanvulling van
het bepaalde in artikel 26 van de Overeenkomst ter uitvoering van
het Akkoord van Schengen van 14 juni 1985 (Stb. 2004, 212) in
werking treedt.
Hoofdstuk 6 › Afdeling 2
Artikel 6.3
Artikel 6.3
Onderdeel van Vreemdelingenbesluit 2000· Migratierecht
Deze tekst geldt sinds 15 september 2004