**1.** Overeenkomstig artikel 68, vijfde lid, onderdeel d, van de Procedureverordening wordt de vreemdeling niet uit Nederland verwijderd, totdat:
de termijn ingevolge artikel 69, zesde lid, van de Wet, waarbinnen een verzoek om een voorlopige voorziening teneinde uitzetting te voorkomen moet worden ingediend, is verstreken; of
uitspraak is gedaan op het verzoek om voorlopige voorziening, welk verzoek binnen de termijn, bedoeld in het eerste lid, was ingediend.
**2.** In afwijking van het eerste lid, is het de vreemdeling in het geval van een volgend verzoek als bedoeld in artikel 55 van de Procedureverordening, onverminderd de eerbiediging van het beginsel van non-refoulement, niet toegestaan om in Nederland te blijven:
indien het beroep wordt geacht louter te zijn ingesteld om de uitvoering van een terugkeerbesluit dat zou leiden tot spoedige verwijdering van de vreemdeling, te vertragen of te verhinderen;
in de situaties bedoeld in artikel 56, onderdeel a en b van de Procedureverordening.
**3.** Overeenkomstig artikel 43, derde lid, van de Asiel- en migratiebeheerverordening wordt de uitvoering van het overdrachtsbesluit opgeschort, totdat:
de termijn ingevolge artikel 69, zevende lid, van de Wet, waarbinnen een eerste verzoek om een voorlopige voorziening teneinde de overdracht op te schorten moet worden ingediend, is verstreken; of
uitspraak is gedaan op het eerste verzoek om een voorlopige voorziening, welk verzoek binnen de termijn, bedoeld in onderdeel a, was ingediend.
Hoofdstuk 7
Artikel 7.3
Artikel 7.3
Onderdeel van Vreemdelingenbesluit 2000· Migratierecht
Deze tekst geldt sinds 12 juni 2026