Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 8 › Afdeling 2 › Paragraaf 2

Artikel 8.11

Artikel 8.11

Onderdeel van Vreemdelingenbesluit 2000· Migratierecht

Deze tekst geldt sinds 29 april 2006

1. De vreemdeling, bedoeld in artikel 8.7, eerste lid, heeft rechtmatig verblijf gedurende een periode van drie maanden na inreis, indien hij: beschikt over een geldige identiteitskaart of een geldig paspoort; of het bewijs van zijn identiteit en nationaliteit ondubbelzinnig met andere middelen levert. 2. De vreemdeling, bedoeld in artikel 8.7, tweede, derde of vierde lid, die niet de nationaliteit bezit van een staat als bedoeld in het eerste lid van dat artikel en beschikt over een geldig paspoort, heeft rechtmatig verblijf gedurende een periode van drie maanden na inreis. Artikel IX van Stb. 2006/215 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel