**1.** De rechters in een arrondissementsrechtbank en de officieren van justitie, alsmede de rechters-plaatsvervangers en de plaatsvervangende officieren van justitie als bedoeld in artikel 9, eerste en derde lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren voorzover zij wat hun salaris betreft gelijk zijn gesteld met een rechter in een arrondissementsrechtbank of een officier van justitie, die vóór 1 januari 1998 het aanvangssalaris in salariscategorie 9 hebben genoten, genieten met ingang van de dag dat voor hen op of na 1 januari 1998 de jaarlijkse verhoging tot het daarna in de schaal vermelde salaris geschiedt, in afwijking van de artikelen 13 en 14 van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren, het salaris dat overeenkomt met het schaalbedrag na twee jaar. Zij ontvangen vervolgens telkens na één jaar het daarna in de schaal vermelde salaris.
**2.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de leden en de plaatsvervangende leden van het College van beroep studiefinanciering.
Artikel I, onderdeel B werkt terug tot en met 1 mei 1997.
Artikel I, onderdelen F en G werkt terug tot en met 1 juli 1997.
De artikelen I, onderdelen C en E, III, IV en V werken terug tot
en met 1 januari 1998. Artikel I, onderdeel D, werkt terug tot
en met 1 juli 1998.
Artikel III
Artikel III
Onderdeel van Wijzigingswet Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren (arbeidsvoorwaarden sector Rechterlijke Macht 1997/99)· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 februari 2001