Naar hoofdinhoud

Artikel V

Artikel V

Onderdeel van Wijzigingswet Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren (arbeidsvoorwaarden sector Rechterlijke Macht 1997/99)· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 1 februari 2001

1. De rechters in een arrondissementsrechtbank en de officieren van justitie, alsmede de rechters-plaatsvervangers en de plaatsvervangende officieren van justitie als bedoeld in artikel 9, eerste en derde lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren voorzover zij wat hun salaris betreft gelijk zijn gesteld met een rechter in een arrondissementsrechtbank of een officier van justitie, die vóór 1 januari 1998 het maximum salaris in salariscategorie 9 hebben genoten, genieten, in afwijking van de artikelen 13 en 14 van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren, met ingang van 1 januari 1998 onderscheidenlijk, wanneer het een rechter-plaatsvervanger of een plaatsvervangend officier van justitie betreft die met ingang van een latere datum dan 1 januari 1998 wordt aangewezen voor het vervullen van een taak, met ingang van die latere datum, het salaris dat overeenkomt met het schaalbedrag na negen jaar. 2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de leden en de plaatsvervangende leden van het College van beroep studiefinanciering. Artikel I, onderdeel B werkt terug tot en met 1 mei 1997. Artikel I, onderdelen F en G werkt terug tot en met 1 juli 1997. De artikelen I, onderdelen C en E, III, IV en V werken terug tot en met 1 januari 1998. Artikel I, onderdeel D, werkt terug tot en met 1 juli 1998.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel