In afwijking van artikel 3.34 is de vreemdeling geen leges verschuldigd ter zake van de afdoening van een aanvraag tot het verlengen van een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 14 van de Wet, indien:
deze aanvraag gelijktijdig is ontvangen met een aanvraag tot het wijzigen van een verblijfsvergunning, tenzij deze aanvragen zijn ontvangen een jaar of langer voordat de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning afloopt;
deze aanvraag gelijktijdig is ontvangen met een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 20 van de Wet, tenzij deze aanvragen zijn ontvangen een jaar of langer voordat de geldigheidsduur van de vergunning afloopt.
Artikel III van Stcrt. 2013/9199 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet modern migratiebeleid in werking treedt.
Hoofdstuk 3 › Afdeling 2 › Paragraaf 3
Artikel 3.34d
Artikel 3.34d
Onderdeel van Voorschrift Vreemdelingen 2000· Migratierecht
Deze tekst geldt sinds 1 juni 2013