**1.** Ter zake van de afgifte van een document waaruit het rechtmatig verblijf, bedoeld in artikel 8, onder a of b, van de Wet blijkt, aan de minderjarige vreemdeling die voor de eerste keer een zelfstandig verblijfsdocument aanvraagt, is de vreemdeling een bedrag van € 138 verschuldigd.
**2.** Ter zake van de afgifte van een document waaruit het rechtmatig verblijf, bedoeld in artikel 8, onder e, van de Wet blijkt, is de minderjarige vreemdeling een bedrag van € 46 verschuldigd.
**3.** In afwijking van het eerste lid is de minderjarige vreemdeling die het gezinslid is van een vreemdeling als bedoeld in artikel 3.34j, vierde lid, onderdeel c een bedrag van € 46 verschuldigd.
De wijziging is herplaatst.
Hoofdstuk 3 › Afdeling 2 › Paragraaf 3
Artikel 3.34k
Artikel 3.34k
Onderdeel van Voorschrift Vreemdelingen 2000· Migratierecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2026