Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4 › Afdeling 1

Artikel 4.16

Artikel 4.16

Onderdeel van Voorschrift Vreemdelingen 2000· Migratierecht

Deze tekst geldt sinds 12 juni 2026

1. De korpschef, de Commandant der Koninklijke marechaussee, alsmede de daartoe bevoegde ambtenaar van de Immigratie- en Naturalisatiedienst zijn bevoegd om de plaats aan te wijzen waar de vreemdeling met rechtmatig verblijf als bedoeld in artikel 8, onder f of h, van de Wet alsmede de vreemdeling op wie artikel 7 van de Screeningsverordening van toepassing is, zich in verband met het onderzoek naar de inwilligbaarheid van de aanvraag om een verblijfsvergunning onderscheidenlijk de toepassing van de Screeningsverordening dient op te houden; en aanwijzingen als bedoeld in artikel 55, eerste lid, van de Wet, te geven. 2. De korpschef of de Commandant der Koninklijke marechaussee is bevoegd om de verstrekking van gegevens, bedoeld in artikel 4.38 van het Besluit, te vorderen. 3. Een vordering als bedoeld in het tweede lid wordt niet bij algemene bekendmaking gedaan dan na goedkeuring van, en volgens voorschrift te geven door, de Minister. Treedt in werking op het tijdstip waarop het Uitvoerings- en implementatiebesluit Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel