De referent van een vreemdeling die in Nederland verblijft of wil verblijven in het kader van onderzoek in de zin van richtlijn (EU) 2016/801, neemt met betrekking tot de vreemdeling wiens referent hij is in de administratie op:
de gastovereenkomst bedoeld in artikel 10 van richtlijn (EU) 2016/801;
een kopie van het passend diploma van hoger onderwijs dat toegang geeft tot doctoraal programma’s;
de eigen verklaring waaruit blijkt dat de vreemdeling zelfstandig en duurzaam beschikt over voldoende middelen van bestaan en de bewijsmiddelen die daaraan ten grondslag liggen;
de door de vreemdeling ingevulde en ondertekende antecedentenverklaring, bedoeld in artikel 3.77, elfde lid, van het Besluit.
Hoofdstuk 4 › Afdeling 2 › Paragraaf 2
Artikel 4.36
Artikel 4.36
Onderdeel van Voorschrift Vreemdelingen 2000· Migratierecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2019