Op aanvragen om verlening van een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 14 van de Wet, waarbij de vreemdeling in het bezit dient te zijn van een machtiging tot voorlopig verblijf, en de aanvraag om de machtiging tot voorlopig verblijf is ingediend voor inwerkingtreding van de Wet modern migratiebeleid, is het processuele recht en het bijbehorende legesbedrag van toepassing zoals dat gold op de dag voor inwerkingtreding van de Wet modern migratiebeleid.
Artikel III van Stcrt. 2013/9199 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet modern migratiebeleid in werking treedt.
Hoofdstuk 7
Artikel 7.2c
Artikel 7.2c
Onderdeel van Voorschrift Vreemdelingen 2000· Migratierecht
Deze tekst geldt sinds 1 juni 2013