Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › § 3.6

Artikel 55

Artikel 55

Onderdeel van Scheepsafvalstoffenbesluit Rijn- en binnenvaart· Ruimtelijke ordening en milieu

Deze tekst geldt sinds 1 juli 2024

1. De schipper verlaat met het schip de laadplaats na het laden niet eerder dan nadat hij zich er van vergewist heeft, dat de overslagresten zijn verwijderd. 2. De schipper verlaat met het schip de losplaats na het lossen niet eerder dan nadat: hij zich er van vergewist heeft, dat de overslagresten zijn verwijderd; alle geloste laadruimen zijn nagelost of ladingtanks nagelensd; voldaan is aan de wasverplichting overeenkomstig de losstandaarden en de afgifte- en innamevoorschriften van aanhangsel III behorende bij de Uitvoeringsregeling, indien die van toepassing is, dan wel hem daartoe overeenkomstig artikel 47 een voorziening is toegewezen; indien artikel 45 van toepassing of van overeenkomstige toepassing is, het afvalwater dat ladingrestanten bevat is ingenomen dan wel hem daartoe een ontvangstvoorziening is toegewezen, en voldaan is aan de ontgassingsverplichting en de toepasselijke ontgassingsstandaarden van aanhangsel IIIa behorende bij de Uitvoeringsregeling, dan wel hem daartoe overeenkomstig artikel 47 een voorziening is toegewezen. hij voldaan heeft aan het bepaalde in artikel 54. Treedt in werking met ingang van de dag zes maanden nadat de laatste akte van aanvaarding van de wijzigingen van het CDNI-verdrag door een verdragsstaat bij de depositaris is gedeponeerd, doch niet later dan met ingang van 1 juli 2024.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel