Bij de tijdsevenredige vermindering, bedoeld in artikel 2.7, tweede lid, van de wet, van de heffingskorting voor de inkomstenbelasting wordt:
een kalenderjaar op 360 dagen gesteld;
een kalendermaand op 30 dagen gesteld;
de dag waarop het tijdvak aanvangt als een gehele dag in aanmerking genomen;
de dag waarop het tijdvak eindigt niet in aanmerking genomen.
Hoofdstuk 2
Artikel 4
Tijdsevenredige vermindering heffingskorting
Onderdeel van Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001· Belastingrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2016